|
|
978 euro. Zoveel kost het gemiddeld in Vlaanderen om je kind een schooljaar lang secundair onderwijs te laten volgen. Dat becijferden Mayke Poesen-Vandeputte en Joost Bollens (Hoger Instituut voor de Arbeid van de KULeuven) in hun onderzoek naar studiekosten in het secundair onderwijs. Ze doen nog enkele andere opmerkelijke vaststellingen.
1. Kosten variëren zeer sterk
2. Kosten bepalen studiekeuze niet De kost van een studierichting is geen argument om er al dan niet voor te kiezen. Het gemiddelde inkomen van gezinnen met kinderen in het ASO is beduidend hoger dan dat van gezinnen met kinderen in het BSO en ook hoger dan dat van gezinnen met kinderen in het TSO en KSO. Rijke gezinnen sturen hun kinderen dus niet naar dure studierichtingen en arme gezinnen sturen hun kinderen niet naar goedkope studierichtingen. 3. Ouders zijn minder tevreden dan vroeger Ouders zijn meer ontevreden over de studiekosten dan zeven jaar geleden, hoewel die niet gestegen zijn. Vooral voor studieboeken, fotokopieën, vervoerskosten en schoolreizen, vindt meer dan de helft van de ouders dat de te betalen kosten te hoog zijn. Ouders zijn meer ontevreden naar gelang hun inkomen lager is. 4. Schooltoelagen dekken de studiekosten niet In Vlaanderen betaalden ouders in 2007 gemiddeld 978 euro per schooljaar om hun kind secundair onderwijs te laten volgen. Vanaf het schooljaar 2007-2008 komen meer gezinnen in aanmerking voor een schooltoelage. Ongeveer 25 procent van de leerlingen zal een schooltoelage krijgen. Die bedraagt minimaal 70 euro en maximaal 310 euro. Een gezin dat de kleinste schooltoelage ontvangt, betaalt daarmee 7 procent van de studiekosten. Een gezin dat de grootste toelage ontvangt, betaalt daarmee bijna een derde van de studiekosten. 5. ‘Kosteloosheid’ bestaat niet in het secundair onderwijs Een internationaal verdrag dat ook Vlaanderen bindt, bepaalt dat het secundair onderwijs algemeen toegankelijk moet worden onder andere door ‘de geleidelijke invoering van kosteloos onderwijs’. In het secundair onderwijs bestaan er geen maximumfacturen en kosteloos onderwijs zoals in het basisonderwijs. De hoogte van de schooltoelagen is ook niet afhankelijk van de studierichting die de leerling volgt. De Vlaamse Overheid wil een beleid van kostenbeheersing voor ouders ontwikkelen voor kosten die gemaakt worden om de eindtermen te realiseren en voor extramurosactiviteiten. Daarvoor heeft ze een overeenkomst ondertekend met de Koning Boudewijnstichting. Die zal goedepraktijkvoorbeelden inventariseren en onderzoeken hoe de overheid scholen kan aansporen om een kostenbewust beleid te voeren. Onderwijsminister Vandenbroucke plant geen nieuwe wetgeving om scholen te verplichten zo’n kostenbewust beleid uit te bouwen. Ook de invoering van een maximumfactuur in het secundair onderwijs is weinig realistisch. Wegens de grote verschillen tussen en binnen studierichtingen zou dit zeer ingewikkeld en dus onwerkbaar worden.
Download het volledige onderzoek Joost Bollens en Mayke Poesen-Vandeputte, Studiekosten in het secundair onderwijs. Wat het aan ouders kost om schoolgaande kinderen te hebben. Leuven, 2008. Publicatiedatum: 2008-10-22 |