|
|
Functiebeschrijvingen en evaluaties worden in twee fases ingevoerd. Als je in het secundair, het volwassenenonderwijs of een CLB werkt, heb je in principe al sinds 1 september 2004 of 2005 een functiebeschrijving. Vanaf 1 september 2007 word je ook geëvalueerd. Als je in het basis- of het deeltijds kunstonderwijs werkt, krijg je vanaf 1 september 2007 een functiebeschrijving. Voor jou starten de evaluaties pas op 1 september 2009. Eerst worden je twee evaluatoren - waaronder altijd een (adjunct-)directeur -, aangeduid en dan wordt je functiebeschrijving opgesteld. Je eerste evaluator coacht en begeleidt je. Hij voert je evaluatiegesprek en stelt het evaluatieverslag met de eindconclusie op. Je eerste evaluator staat altijd boven jou en kan dus nooit een collega zijn. Als je eerste evaluator een personeelslid is dat aangesteld is in een selectie- of bevorderingsambt - zoals je directeur -, dan is de tweede evaluator dat minstens ook, of hij is lid van de inrichtende macht. Zowel jij als je eerste evaluator kunnen zich wenden tot de tweede evaluator, die het evaluatieproces moet bewaken en die jou en je eerste evaluator moet ondersteunen. Als je voor minstens 104 dagen aangesteld wordt, moet je een geïndividualiseerde functiebeschrijving krijgen. Daarin worden je taken en de 'instellingsgebonden opdrachten' vastgelegd. Daarnaast kunnen je rechten en plichten in verband met nascholing opgenomen worden. Er is ook ruimte voor persoons- en ontwikkelingsgerichte doelstellingen. Dat gebeurt op basis van afspraken die je maakt met je eerste evaluator. Evaluatie is vooral een proces van begeleiden en coachen. Je zal dus regelmatig met je evaluator overleggen over hoe je functioneert. Hoe vaak dat is, hangt af van de nood. Maar minstens één keer per vier schooljaren moet je geëvalueerd worden. De eerste doelstelling van een evaluatiegesprek is je functioneren te verbeteren waar nodig en je ondersteunen. Na het gesprek moeten niet enkel je goede en sterke punten, maar ook de eventueel te verbeteren punten duidelijk zijn. In uitzonderlijke gevallen kan je een eindconclusie 'onvoldoende' krijgen. Daar kan je beroep tegen aantekenen bij een college. Als je als tijdelijk personeelslid voor bepaalde duur bent aangesteld, word je na een definitieve negatieve eindevaluatie ontslagen. Als je tijdelijk bent aangesteld voor doorlopende duur of vastbenoemd, word je na twee opeenvolgende negatieve evaluaties in dezelfde school en in hetzelfde ambt of na drie negatieve evaluaties tijdens je loopbaan in dezelfde school en in hetzelfde ambt ontslagen. Dat ontslag geldt niet voor 'het onderwijs' in het algemeen. Werk je nog in een ander ambt of in een andere school, dan kan je daar verder blijven functioneren. Je kan uiteraard ook nog altijd in andere scholen aan de slag gaan. Publicatiedatum: 2007-09-05 |