|
Vanaf 1 september 2007 gelden in het basisonderwijs en in de eerste graad
secundair onderwijs nieuwe vakoverschrijdende eindtermen en
ontwikkelingsdoelen. Ook in de basiseducatie wordt de ICT-opleiding
herbekeken. Die nieuwe situatie vereist dat de overheid duidelijk maakt over
waar ze met ICT in het onderwijs naar toe wil. De strategienota
'Competenties voor de kennismaatschappij. Beleidsplan ICT in het onderwijs
2007-2009' biedt een antwoord op die vraag.
Kinderen en jongeren zijn vaak de eerste om nieuwe media te gebruiken.
Meestal gebeurt dat intuïtief en weinig beredeneerd. Kunnen omgaan met
moderne technologie op een kritische en efficiënte, maar ook verantwoorde en
veilige manier, vereist een nieuw pakket aan basiscompetenties. Scholen zijn
de ideale partners om ervoor te zorgen dat iedereen - kinderen, jongeren én
volwassenen - over die competenties beschikken. Daarom zullen er maatregelen
genomen worden om de ICT-integratie in het onderwijs te verdiepen en te
ondersteunen. Die maatregelen zijn gebundeld in vijf peilers.
1. Het beleidsvoerend vermogen van onderwijsinstellingen versterken
- Directies
krijgen instrumenten om een kwaliteitsvolle ICT-visie te integreren in het
schoolwerkplan.
- De
overheid wil de bestaande ICT-initiatieven beter op elkaar afstemmen, eerder
dan nieuwe initiatieven op touw te zetten. De al bestaande
ondersteuningsmaatregelen op vlak van sensibiliseren en verspreiden van
praktijkvoorbeelden worden herbekeken in functie van de ICT-eindtermen en
ontwikkelingsdoelen. In de proeftuinen worden vernieuwingen op beperkte
schaal uitgeprobeerd, om ze daarna eventueel op grote schaal in te voeren.
- In het
leerplichtonderwijs zijn de scholengemeenschappen bij uitstek het niveau
waarop beslissingen genomen worden over ICT-ondersteuning. De uren voor
ICT-coördinatie worden toegekend aan dat niveau. Het wordt een kerntaak
binnen de ICT-coördinatie om vakleraren of onderwijzers te ondersteunen om
ICT conform de eindtermen en ontwikkelingsdoelen in te voeren.
- De
ICT-coördinatie is de hoeksteen van het ICT-beleid. Dat moet nu georiënteerd
worden op de nieuwe ICT-eindtermen en ontwikkelingsdoelen.
2. De deskundigheid van het onderwijspersoneel bevorderen
- Elke
lerarenopleiding moet aandacht hebben voor de ICT-competenties van haar
studenten. Dat kan alleen door ICT voldoende te integreren in het curriculum
van de opleidingen.
-
Leraren moeten ICT op een pedagogisch verantwoorde manier kunnen inzetten in
het didactisch proces. Elke lerarenopleiding moet dus de vakdidactiek op
vlak van ICT-gebruik verder ontwikkelen en voldoende in de opleidingen
programmeren.
- De lerarenopleidingen zullen ook de deskundigheid van de eigen docenten in
de lerarenopleidingen moeten bevorderen. Dit betekent dat de
lerarenopleiders zelf ICT-competent moeten zijn en ICT op een didactische
manier kunnen aanwenden.
- Van de
nascholingsorganisaties wordt verwacht dat zij een kwaliteitsvol aanbod
aanbieden om de nieuwe vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen
te leren implementeren.
-
Nascholingsinitiatieven moeten beter op elkaar afgestemd worden en
inhoudelijk inspelen op de concrete noden en behoeften van de
onderwijsinstellingen uit alle niveaus.
- Het is niet de
bedoeling dat voor elk probleem een beroep moet gedaan worden op de
ICT-coördinator. 'Zelfredzaamheid' betekent dat elke leraar zelf veel
voorkomende computerproblemen kan oplossen.
3. Een kwaliteitsvolle infrastructuur voorzien
- Om ICT in alle
vakken en voor alle leerlingen, cursisten en studenten te bevorderen moeten
onderwijsinstellingen over voldoende infrastructuur beschikken. Er komt een
eenmalige inhaaloperatie voor ICT-infrastructuur. Onderwijsinstellingen
moeten daarna via hun werkingsmiddelen zelf hun ICT-infrastructuur op peil
houden.
- De
ICT-infrastructuur moet zo optimaal mogelijk benut worden. Dat betekent in
de eerste plaats dat alle leerlingen, cursisten en studenten er gebruik van
moeten kunnen maken en dat ze niet exclusief voorbehouden wordt voor
bepaalde richtingen of vakken. Daarnaast kan de ICT-infrastructuur ook ter
beschikking gesteld worden van leerlingen, cursisten en studenten buiten de
contacturen, maar binnen de gewone openingsuren van de onderwijsinstelling.
- Het is ook
mogelijk de ICT-infrastructuur open te stellen voor de ruimere omgeving via
het principe van de 'brede school'.
- Elke
onderwijsinstelling moet over een breedbandinternetverbinding beschikken.
Elk klas- of leslokaal moet een snelle internetverbinding hebben.
- De
onderwijsinstellingen moeten over een minimale basisbeveiliging beschikken.
- Het
ondersteuningsbeleid zal rekening houden met het beheer en het onderhoud van
de ICT-infrastructuur.
4. Een aangepast software- en digitaal leermiddelenbeleid voeren
* Behoefte aan software en digitale leermiddelen
Ø
Via
raamovereenkomsten kunnen eventueel gunsttarieven bedongen worden.
Ø
Nu de
basiscompetenties gedefinieerd zijn, kunnen de leerplanmakers een
belangrijke rol spelen om de pedagogisch-didactische consequenties te
bepalen.
* Software en digitale leermiddelen ontwikkelen
Ø
In eerste
instantie is het aan de educatieve uitgevers om leerobjecten te ontwikkelen
die nodig zijn om de leerplannen verder inhoud te geven.
Ø
De overheid
wil lesgevers aanmoedigen om zelf leermiddelen te ontwikkelen door hen via
een educatieve portaalsite de kans te geven hun leerobjecten te delen en te
becommentariëren.
Ø
Cultuurhuizen, erfgoedorganisaties, musea, radio- en TV-archieven, enz.
beschikken over grote collecties informatie die in feite allemaal potentiële
leerobjecten zijn. De digitale ontsluiting ervan voor onderwijsdoeleinden
kunnen een grote meerwaarde betekenen voor onderwijsinstellingen.
Ø
Onderwijsinstellingen moeten vrij kunnen kiezen tussen commerciële en vrije
software op basis van de noden en behoeften.
Ø
De overheid
wil open standaarden gebruiken zoveel mogelijk aanmoedigen.
*
Software en digitale leermiddelen vinden
Ø
Er moet een
educatief platform komen als uniek toegangsloket voor software en digitale
leermiddelen.
Ø
De overheid
zal de bestaande standaardiseringsinitiatieven steunen en standaarden
erkennen.
* Software en digitale leermiddelen gebruiken
Ø
Onderwijsinstellingen zullen blijvend geïnformeerd en gesensibiliseerd
worden over digitale rechten, softwarelicenties enz.
Ø
Op vlak van
elektronische leeromgevingen moeten de krachten gebundeld worden in het
Vlaamse onderwijslandschap. Met alle actoren zal geprobeerd worden
afstemming te bereiken op vlak van standaardisering en uitwisseling van
leerobjecten, open content beschikbaar maken, enz.
Ø
De reeds
ontwikkelde leermaterialen van Bis Online zullen maximaal gevaloriseerd
worden.
5. Onderzoek en ICT-monitoring
- De
overheid moet instaan voor de kennisopbouw en –verspreiding over diverse
aspecten van het ICT-beleid en in de eerste plaats over de ICT-vaardigheden
van de leerlingen, cursisten, studenten en lesgevers.
-
In samenwerking met
relevante partners kunnen specifieke aspecten van ICT in het onderwijs
onderzocht worden.
-
De overheid moet zorgen
voor een passende ontsluiting van gegevens en kennis en informatie
verspreiden.
Meer
lezen? Download het volledige plan 'Competenties voor de kennismaatschappij'
(Word 297 Kb, 44 p.)
http://www.lerarendirect.be/BL/701/ictplanvolledig.doc
Publicatiedatum: 2007-03-07
|