titel  De lat hoog voor talen in iedere school   


De kennis van het Nederlands én van vreemde talen verbeteren. Dat is een beleidsprioriteit van onderwijsminister Vandenbroucke. Vorig jaar – tijdens de Europese Dag van de Talen – stelde hij tien vragen over het Vlaamse talenbeleid. Een werkgroep van specialisten geeft nu een antwoord in de 'Talennota'.
Deze nota dient als basis voor overleg met pedagogische begeleidingsdiensten, inspecteurs, lerarenopleiders … Op 1 februari 2007 moet de definitieve nota klaar zijn. Daarna krijgen scholen de kans om projecten op te zetten rond taal.


Het plan bestaat uit tien assen:

  1. Schooltaal Nederlands
  • Omdat taalvaardigheid aanpakken al in de kleuterklas moet beginnen, krijgt het kleuteronderwijs meer mensen en middelen.

  • Ook in de grote steden is meer zorg en ondersteuning nodig.

  • Elke school moet een talenbeleid voeren.

  • De eindtermen van het basis- en het secundair onderwijs zullen herbekeken worden vanuit het standpunt van taalvaardigheid.

  • Aan de basiscompetenties van leraren zal 'taal' toegevoegd worden.

  • De onderwijsinspectie neemt taal als bijzonder aandachtspunt.

  •  De overheid zal ontwikkelingsdoelen opstellen voor het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers.

  1. Taalstructuren en taalvaardigheid
  • Voor Nederlands worden de eindtermen 'taalbeschouwing' kritisch bekeken. Daarbij wordt gelet op de samenhang tussen het basis- en het secundair onderwijs én de samenhang met de eindtermen moderne vreemde talen.

  • Tegelijkertijd wordt er voor de moderne vreemde talen gezocht naar een beter evenwicht tussen taalvaardigheid en functionele kennis.

  1. Beheersingsniveau van de bestaande eindtermen
  • De basisvorming moderne vreemde talen is gekoppeld aan een Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen. Dat maakt de beheersingsniveaus transparanter.

  • Hier en daar zullen eindtermen technisch herschreven moeten worden.

  1. Vroeg vreemdetalenaanbod

De overheid wil talensensibilisering (bij kinderen spelenderwijs en dus onbewust bepaalde taalvaardigheden ontwikkelen) en initiatie Frans (een inleidende kennismaking voorafgaand aan het formele onderwijs, zonder evaluatiedruk) sterk aanmoedigen via goedepraktijkvoorbeelden en aangepast didactisch materiaal.  

  1. Frans in het basisonderwijs en de overgang van basis- naar secundair onderwijs
  • De lessen Frans in de derde graad van het basisonderwijs en het secundair onderwijs moeten beter op elkaar aansluiten. Er is structureel overleg nodig tussen leraren van beide onderwijsniveaus over de eindtermen en de inhoud van het vak Frans.

  • De taalvaardigheid Frans van de leraren van de derde graad basisonderwijs moet beter. Zij zullen de kans krijgen om nascholingen te volgen of om tijdens het laatste jaar van hun opleiding hun kennis van het Frans te verdiepen.

  • Leraren zullen ook kunnen deel nemen aan uitwisselingsprogramma's.

  1. Vreemdetalenonderwijs in het secundair onderwijs

De Europese Unie legt op dat iedereen aan het einde van het leerplichtonderwijs zijn moedertaal en twee andere talen kan spreken. Daarom wordt het curriculum in het secundair onderwijs aangepast:

* A-stroom: betere aanpassing met basisonderwijs;
* B-stroom: Frans toevoegen (op niveau 3de graad basisonderwijs);
* BSO: Frans en Engels toevoegen als zelfredzaamheidspakket;
* TSO: quasi-feitelijke situatie van aanbod Frans en Engels verankeren;
* Specialisatiejaren: vreemde talen aangepast aan de studierichting.
 

  1. Peilingen

Het systeem van de peilingen wordt verder uitgebreid. Het is de bedoeling dat ook scholen leerkansen krijgen op basis van de peilingen. 

  1. Toetsen als ondersteuning van het taalbeleid

Scholen worden gestimuleerd om op scharniermomenten – zoals de overgang naar het eerste leerjaar - via aanvullende taaltoetsen na te gaan in welke mate hun leerlingen (individueel, op klas- en schoolniveau) het Nederlands beheersen.  

  1. Content and Language Integrated Learning (CLIL)

CLIL is een werkvorm waarmee scholen de talenkennis van hun leerlingen kunnen versterken. Dit doen ze door naast in het Nederlands les te geven ook één of meer vakken in een andere taal te geven. De leerlingen leren dan de vakinhoud van bijvoorbeeld aardrijkskunde of esthetica niet in het Nederlands maar in een andere taal.

  • De overheid onderzoekt of het haalbaar en wenselijk is om CLIL in te voeren in het Vlaamse onderwijs.

  • Taalbadscholen zoals in Wallonië komen er niet.

  1. Uitwisselingen
  • Leraren moeten makkelijker een (korte of lange) uitwisseling met een leraar van een andere gemeenschap kunnen organiseren. De regelgeving daarrond – zoals in verband met statuut en loon – zal vereenvoudigd worden.

  •  Nederlandstalige leerlingen kunnen hun zesde middelbaar overdoen in een andere gemeenschap.
     

Lees meer in het talenbeleidsplan 'De lat hoog voor talen in iedere school' (Word 341 Kb, 44 p.)
http://www.lerarendirect.be/BL/603/talennotauitgebreid.doc


Publicatiedatum: 2006-09-29