|
|
De onderwijsvakbonden
ACOD, FCSOD en VSOA en de besturen van het hoger onderwijs hebben samen met
minister Vandenbroucke een ontwerp uitgewerkt om een collectieve
arbeidsovereenkomst voor het hoger onderwijs af te sluiten.
De CAO is van toepassing op het academisch personeel van de universiteiten, het onderwijzend personeel van de hogescholen, de wetenschappelijke medewerkers, de bursalen en de beleidsondersteunende en technische personeelsleden.
Een beginnend personeelslid heeft recht op de nodige tijd om zich in te werken in zijn taken en zich de bedrijfscultuur eigen te maken. De instellingen engageren zich om voor elk beginnend personeelslid en bij belangrijke opdrachtswijzigingen begeleiding, steun en vorming te voorzien. De instellingen engageren zich om een kwaliteitsvol onthaalbeleid uit te werken. Zij kunnen daarvoor gebruik maken van de middelen die via het vormingfonds ter beschikking worden gesteld.
De overheid neemt initiatieven om samen met de vakbonden en de besturen uiterlijk tegen 1 december 2006 een akkoord te bereiken over de structuur en de werking van het vormingsfonds. Dat fonds moet bijkomende initiatieven nemen voor opleiding en vorming. Uiterlijk op 1 februari 2007 legt het de prioritaire thema's vast.
De instellingen zullen bijzondere aandacht besteden aan het clusteren van deeltijdse opdrachten. Dit thema wordt tijdens het academiejaar 2006-2007 binnen de lokale participatie besproken om het in te voeren tijdens het academiejaar 2007-2008.
De overheid richt een technische werkgroep op die zal
onderzoeken welke impact de Europese richtlijn over de non-discriminatie van
arbeidsovereenkomsten van bepaalde tijd heeft. In afwachting van de
resultaten van de werkgroep engageren de instellingen zich contracten van
bepaalde duur en deeltijdse aanstellingen objectief te behandelen op het
vlak van loon, vorming, opleiding en medezeggenschap. Ze engageren zich ook
om de duur van opeenvolgende contracten van bepaalde duur te beperken.
De overheid start in 2006 met een evaluatie van de evaluatieprocedures van de universiteiten. De evaluatieprocedure die vroeger werd uitgevoerd in de hogescholen zal worden hernieuwd.
Een belangrijke doelstelling in het voorstel van de nieuwe financieringsregel voor het hoger onderwijs is een evenwichtiger onderwijsaanbod. Een evenwichtiger onderwijsaanbod heeft een positieve invloed op de arbeidsorganisatie wat als het aantal personeelsleden gelijk blijft moet leiden tot een betere aanwending van de arbeidstijd en een verbetering van de arbeidsomstandigheden.
Er wordt een maximaal afwijkingspercentage tussen de begrote en gerealiseerde personeelsformatie ingevoerd. De hogescholen kunnen vanaf 2008 met de overschotten van de personeelskosten tijdelijke medewerkers aanstellen.
Indien een personeelslid dat in een hogeschool tewerkgesteld is en waarvan de wedde toegekend wordt via het Centraal Fonds, en/of het MVD-personeel dat ten laste van het Centraal Fonds wordt betaald, een bevordering krijgt, betaalt de hogeschool vanaf het academiejaar 2007-2008 het eerste jaar enkel het weddesupplement en blijft de rest van het salaris ten laste van het Centraal Fonds. De volgende jaren neemt de hogeschool telkens eenvijfde van de rest van het salaris op zich.
Het vakantiegeld van
de personeelsleden van de hogescholen wordt verhoogd:
De instellingen zullen geen contracten met een arbeidersstatuut meer afsluiten. Ze gaan ook na welke arbeiderscontracten kunnen omgezet worden naar een bediendencontract. Die maatregel gaat in op 1 januari 2008.
De vakbonden, de
overheid en de besturen onderschrijven de principes die vastgelegd zijn in
het Europese Handvest voor de onderzoekers en de gedragscode voor de
aanwerving van onderzoekers.
De overheid richt in 2007 een werkgroep op die de problematiek van de bijzondere en gangbare salarisschalen in het hoger kunstonderwijs in kaart moet brengen.
Voor het einde van het
jaar voert de overheid het besluit uit met de lineaire verhoging van 1
procent voor de salarisschalen van de niveaus C en D van de universiteiten,
bezoldigd met werkingsuitkeringen. De overheid voert ook een lineaire
verhoging van 1 procent door voor de salarisschalen van de niveaus B en A
van het administratief en technisch personeel van de universiteiten,
bezoldigd met werkingsuitkeringen. De salarisschalen in graad E voor de
hogescholen en graad 1 voor de universiteiten voor het personeel bezoldigd
met werkingsuitkeringen worden opgeheven. De vakbonden gaan de CAO bij hun achterban verdedigen. Publicatiedatum: 2006-09-13 |