titel  Zorgbeleid in de basisschool   



Sinds 1 september 2005 krijgen heel wat Vlaamse scholen extra uren om werk te maken van gelijkeonderwijskansen. Die uren moeten ze planmatig invullen met activiteiten die passen in het totale zorgbeleid van de school. Maar hoe doe je dat, zo'n zorgbeleid op maat van elk kind opstellen? Het boek 'Zorgbeleid in het basisonderwijs' geeft een antwoord op die vraag.

 

Actieplannen
Het boek 'Zorgbeleid in de basisschool' toont hoe een basisschool beleidsmatig haar zorgbeleid kan aanpakken.
Eerst lees je hoe een samenwerkingsverband van vier scholen tijdens de eerste GOK-cyclus een zorgbeleid heeft uitgebouwd. Daarna lees je drie bijdragen die geschreven zijn op basis van nascholingssessies met als thema 'Werken aan socio-emotionele ontwikkeling', 'Omgaan met diversiteit binnen taalvaardigheid' en 'Multidisciplinair overleg en handelingsplannen'. De eerste twee hoofdstukken richten zich vooral op het schoolbeleid en de taak van de zorgbegeleider. De laatste twee hoofdstukken zijn vooral bestemd voor leraren: zij behandelen thema's die leraren nodig hebben om in hun klas het zorgbeleid van de school te realiseren.

Elk hoofdstuk bestaat telkens uit een theoretisch deel en heel wat bijlagen. De bijlagen zijn kant-en-klare documenten zoals visieteksten, taakomschrijvingen, klas- en leerlingenfiches, actieplannen, een overzicht van toets- en lesmateriaal, die je zo kan gebruiken of aanpassen aan de situatie in je school of klas.
 

Voorsmaakje
Als voorsmaakje krijg je een (verkorte versie) van de visie op het zorgbeleid en de taak van de zorgcoördinator die de scholen uit het eerste hoofdstuk 'Van gelijkeonderwijskansen tot totale zorg in de basisschool' als uitgangspunt gebruiken.
 

Visie op zorg
Elke school heeft behoefte aan een visie op zorg én op de taak van de zorgbegeleider. Die visie moet worden gedragen door het volledige team. Als alle leraren de kans krijgen om vragen te stellen, voorstellen te doen en te discussiëren over de visie, dan is er minder weerstand nadien. Bovendien heeft elke leraar een zorgtaak en niet alleen de zorgbegeleider.

Het zorgbeleid op school bestaat uit vijf niveaus:
-
de klas: de leraar is de centrale figuur. Hij stelt vast dat bepaalde leerlingen extra zorg nodig hebben, start een aantal remediërende activiteiten en gaat na of zijn remediëring en die van de andere partners helpen;
- 
de school: als de leraar het zorgprobleem niet alleen aankan, dan moet hij voor ondersteuning kunnen terugvallen op het zorgteam. De school moet dus een zorgstructuur uitbouwen;
-
de klasexterne zorgbegeleiders: als een probleem tijdens de les niet opgelost geraakt, is een specifieke aanpak nodig. De zorgbegeleider, taakleraar, GON-begeleider … stellen een handelingsplan op waarbij de activiteiten buiten de klas nauw aansluiten bij wat er in de klas gebeurt. De zorgbegeleider is coördinator en volgt het remediëringsproces op;
- het CLB: sommige leerlingen hebben problemen op school wegens hun sociale of gezinssituatie of hun gezondheid … Inbreng van het CLB in het handelingsplan is dan noodzakelijk;
- andere instellingen: sommige leerlingen kunnen niet worden geholpen in een gewone school. Doorverwijzen naar of samenwerken met scholen voor buitengewoon onderwijs of andere instellingen is soms noodzakelijk. Maar ook dan heeft de school een heel belangrijke begeleidingstaak.

De ouders krijgen op elk niveau een belangrijke plaats: de school houdt de ouders op de hoogte en de ouders werken actief mee als hun bijdrage noodzakelijk is.

De scholen beschouwen deze structuur als het uitgangspunt voor een goed zorgbeleid. Aan dit 'zorgcontinuüm' hangt een taakomschrijving van de zorgbegeleider vast en dat op het niveau van de school, de leraar en de leerling:
- 
de school: de zorgbegeleider behoort tot het beleidsondersteunend personeel. Hij ontwikkelt dus mee een visie op zorg. Dat gebeurt in nauw overleg met de directeur. De zorgbegeleider plant en ontwikkelt – vanuit deze visie – activiteiten die de visie op zorg concreet maken. De zorgbegeleider begeleidt ook veranderingsprocessen. De zorgvisie invoeren en realiseren houdt in dat er nieuwe accenten worden gelegd en afspraken gemaakt. De zorgbegeleider stuurt en bewaakt ze én krijgt daarvoor het mandaat van de directeur. Hij maakt beginnende leraren ook zo vlug mogelijk wegwijs in het zorgbeleid van de school. Het volledige schoolteam moet trouwens op de hoogte zijn van de taken van de zorgbegeleider.
- de leraar: 'zorg'-kinderen moeten maximale steun krijgen binnen de klasmuren. De zorgbegeleider zal dus vooral de leraar ondersteunen. Dat doet hij door:

- inzichten bij te brengen: er zijn kinderen met 'problemen' en 'stoornissen' en de oorzaken daarvan bevinden zich zowel op school als thuis. De leraar wordt geconfronteerd met de feiten. De zorgbegeleider kan hem helpen om inzicht te krijgen in de situatie;
- ondersteunen door doelgerichte observatie: de zorgbegeleider kan de occasionele observaties van de leraar samenbrengen met doelgerichte observaties. Hij brengt die samen met vaststellingen van de ouders, het CLB … in één leerlingendossier;
- samen zoeken naar oplossingen;
- handelingsplannen opvolgen: ook voor leerlingen voor wie een handelingsplan is opgesteld, blijft de leraar de centrale figuur. Maar de zorgbegeleider bewaakt het totale proces van ondersteuning en houdt contact met alle partners die bij de zorg betrokken zijn. Hij gaat samen met de leraar na of het handelingsplan zijn doel bereikt of er bijgestuurd moet worden;
- informeren: de zorgbegeleider deelt zijn ervaringen met het volledige team en draagt zo bij tot de professionalisering van de leraren.

-        
de leerling: de zorgbegeleider kan worden ingezet om problemen op te lossen die de competentie van de leraar overschrijden, maar waar de hulp van externe zorgverstrekkers niet meteen mogelijk is. Hij kan dan de taak opnemen van vertrouwenspersoon.

Zin in meer? Tien zorgcoördinatoren krijgen een gratis exemplaar van het boek in hun brievenbus. Stuur een e-mail met je naam en adres en met als onderwerp 'zorg' naar lerarendirect@vlaanderen.be.

 

Luc Linthout (red.), Zorgbeleid in het basisonderwijs. Leuven, 2006, Pedagogisch bureau van het VSKO en Uitgeverij Lannoo, 272 p., ISBN-nummer D/2006/45/17.

Bestelgegevens:
http://www.lannoo.be/content/lannoo/wbnl/listview/1/index.jsp?titelcode=11989

 


Publicatiedatum: 2006-05-24