|
|
Kloof In de meeste Oeso-landen is er een verschil tussen de schoolprestaties van autochtone en allochtone leerlingen. Maar het grootste verschil wereldwijd vind je terug in Vlaanderen. Het Pisa-onderzoek werkt met zes competentieniveaus voor wiskunde. In slechts drie Oeso-landen is het verschil in wiskundeprestaties tussen autochtone en allochtone leerlingen groter dan één competentieniveau, namelijk in België, Denemarken en Duitsland. Allochtone leerlingen hebben dus veel achterstand. In Vlaanderen is die achterstand nog groter: daar noteren de onderzoekers een verschil van ongeveer twee competentieniveaus. Een Vlaamse autochtone leerling scoort gemiddeld op competentieniveau vier, een Vlaamse allochtone leerling scoort gemiddeld op competentieniveau twee.
Opmerkelijk aan de Vlaamse cijfers is ook dat de eerstegeneratieleerlingen
beter presteren voor wiskunde dan de tweedegeneratieleerlingen.
Waarschijnlijk heeft dat te maken met de Nederlandse leerlingen die in de
steekproef zitten en die door de Pisa-definitie van 'allochtoon' als
eerstegeneratieleerlingen beschouwd worden.
Aan het staartje
Competentieniveau twee van wiskundige geletterdheid is zowat een basisniveau
dat leerlingen bereikt moeten hebben om wiskunde actief te kunnen gebruiken.
Leerlingen die dit niveau niet bereiken, zijn risicoleerlingen die wiskunde
in alledaagse situaties niet kunnen toepassen. In Vlaanderen beschikt 7,3
procent van de autochtone leerlingen niet over die basisvaardigheden voor
wiskunde. Van de tweedegeneratieleerlingen is dat maar liefst 42,3 procent.
Maar ook bij de topleerlingen is de kloof groot: meer dan één op drie
autochtone leerlingen bevindt zich op één van de twee hoogste niveaus voor
wiskunde tegenover nog niet één op de tien allochtone leerlingen in
Vlaanderen.
Leerhonger Ligt het aan de motivatie van allochtone leerlingen? Nee. Allochtone leerlingen hebben meer interesse voor wiskunde en zijn er meer voor gemotiveerd dan autochtone. Ook hun houding ten opzichte van de school is positiever. Toch verwacht maar net iets meer dan de helft van de vijftienjarige allochtone leerlingen in Vlaanderen (tegenover hun autochtone leeftijdgenoten) dat ze naar de universiteit zullen gaan. Dat is het laagste percentage van de landen die in het rapport onderzocht werden. Een
en ander blijkt uit het onderzoek 'Where immigrant students succeed – a
comparative review of performance and engagement in Pisa 2003'. Pisa is
een driejaarlijks onderzoek van de Oeso dat de kennis en vaardigheden van
vijftienjarigen test. Telkens worden de drie dezelfde domeinen onderzocht:
leesvaardigheid, wiskundige geletterdheid en wetenschappelijke
geletterdheid. In het juninummer van Klasse zoekt Oeso-topman Andreas
Sleicher naar verklaringen voor de lage prestaties van Vlaamse allochtone
jongeren. Publicatiedatum: 2006-05-17 |