|
|
Vlaanderen behaalt 553 punten voor wiskunde en verovert daarmee met stip de eerste plaats. HongKong klampt nog aan met 550 punten, statistisch gezien geen betekenisvol verschil. Maar met alle andere (buur)landen en de andere gemeenschappen van ons land is er wel een groot verschil: Nederland (538), Duitse Gemeenschap (515), Frankrijk (511) en Duitsland (503) en de Franse Gemeenschap (498) scoren beduidend lager. Japan (534) en Korea (542), die in 2000 nog de eerste en tweede plaats bezetten - vóór Vlaanderen -, zakten af naar respectievelijk de zevende en vierde plaats.
Pisa verdeelt de scores van de leerlingen over verschillende vaardigheidsniveaus: niveau 1 is het laagste niveau voor wiskunde, niveau 6 het hoogste. Alle leerlingen die de test afleggen, worden in het hoogste niveau geplaatst waarvan ze meer dan de helft van de oefeningen correct oplossen. Ongeveer een derde van alle leerlingen die in een gemiddeld Oeso-land aan Pisa2003 deelnamen, haalt de drie hoogste niveaus. In Vlaanderen haalt een derde van de leerlingen al de twee hoogste niveaus. Het percentage Vlaamse leerlingen dat op het hoogste niveau presteert, is zelfs drie keer zo groot als het Oeso-gemiddelde. Het tweede niveau van wiskundige geletterdheid geldt internationaal als maatstaf: vanaf dat niveau passen leerlingen echt wiskundige vaardigheden toe om problemen op te lossen. In een gemiddeld Oeso-land presteert bijna vier op de vijf leerlingen op dat niveau. In Vlaanderen is dat bijna 90 procent. Omdat de 'gemiddelde' leerling niet bestaat, bekijkt Pisa hoe de resultaten verspreid zijn. Vier opvallende resultaten:
In Vlaanderen is het verschil tussen de sterkste en de zwakste leerlingen heel groot. Dat Vlaanderen aan de top staat voor wiskunde is te danken aan een relatief grote kopgroep die uitzonderlijk goed scoort. Toch doen de slechtst presterende leerlingen het nog altijd relatief goed. Ze presteren bijvoorbeeld even goed of beter dan de laagst presterende leerlingen in Nederland en Japan, en ze halen een iets hoger niveau dan de leerlingen uit de middengroep. Finland is het enige land dat een topprestatie voor wiskunde combineert met een relatief klein verschil tussen sterke en zwakke leerlingen.
De resultaten lijken het cliché te bevestigen dat jongens beter zijn in wiskunde dan meisjes. Alleen in IJsland scoren meisjes beter. In Vlaanderen is het verschil tussen jongens en meisjes niet alarmerend, maar het is wel betekenisvol. Het voordeel voor jongens is het grootst in de onderdelen 'relaties en verandering' en 'vorm en ruimte'. Het Vlaamse verschil is iets groter dan het gemiddelde in de Oeso-landen. Opvallend is dat in de Franse Gemeenschap er maar een heel klein verschil is tussen jongens en meisjes, in de Duitstalige Gemeenschap scoren meisjes zelfs even goed als jongens.
In alle landen behalen leerlingen uit 'rijke' gezinnen betere prestaties dan leerlingen uit 'arme' gezinnen. Maar in Vlaanderen is er een veel sterker verband tussen de socio-economische achtergrond van leerlingen en hun prestaties voor wiskunde dan in een gemiddeld Oeso-land. Er bestaat dus meer ongelijkheid tussen Vlaamse leerlingen van verschillende sociale groepen. Toch scoren ze allemaal beter dan hun collega’s uit gelijkaardige gezinnen in andere landen. Leerlingen uit 'rijke' gezinnen scoren beduidend hoger dan leerlingen uit 'rijke' gezinnen in een gemiddeld Oeso-land, en dat geldt ook voor leerlingen uit 'arme' gezinnen.
Pisa2003 onderscheidt drie categorieën leerlingen op basis van hun geboorteland en dat van hun ouders: autochtonen, allochtonen (ouders zijn in een ander land geboren) en immigranten (leerling en ouders zijn in een ander land geboren). Slechts 7 procent van de deelnemende leerlingen is allochtoon of immigrant. In het merendeel van de landen zijn er grote verschillen tussen de prestaties van allochtone en autochtone leerlingen. Maar Vlaanderen staat aan de top met een verschil van twee volledige vaardigheidsniveaus. Toch scoren allochtone en geïmmigreerde leerlingen in Vlaanderen niet beduidend slechter of beter dan hun collega's uit de buurlanden. Er zijn niet alleen verschillen tussen leerlingen, maar ook tussen scholen. Leerlingen scoren gemiddeld beter of slechter naargelang de school waar ze naartoe gaan. In België wordt dat verschil in hoofdzaak verklaard door het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië.
Publicatiedatum: 2004-12-07 |