|
De lerarenopleiding grondig hervormen zodat studenten beter voorbereid zijn
op een baan in het onderwijs en het lerarenberoep aantrekkelijker maken. Dat
is de bedoeling van onderwijsminister Frank Vandenbroucke. De krachtlijnen
van die hervorming worden uiteengezet in de 'Conceptnota lerarenopleiding'.
Hoe ziet volgens die nota de toekomst van de lerarenopleiding er uit,
bekeken vanuit het standpunt van de leraar-in-spe?
· Leraren basisonderwijs
Onderwijzers en kleuteronderwijzers hebben bij de start van hun loopbaan
recht op één jaar aanvangsbegeleiding door een mentor. Aan de
lerarenopleidingen voor het basisonderwijs verandert er voor de rest weinig.
Ze
kunnen hun beroep meteen zelfstandig uitoefenen.
Aanvangsbegeleiding: als
de zelfstandige stage in een lerarenopleiding 45 studiepunten bedraagt,
mogen beginnende leraren zelfstandig hun beroep uitoefenen vanaf het ogenblik dat
ze hun diploma behalen. Gedurende het eerste jaar krijgen ze begeleiding
van een meer ervaren leraar in de school, een mentor. Dat gebeurt op vraag
van de leraar of de school legt het op.
Mentor: een mentor
begeleidt studenten tijdens hun stage en beginnende leraren in hun
aanvangs- of ingroeitraject. Het is een leraar met een bepaalde
dienstanciënniteit die daarvoor wordt geselecteerd en een
mentorenopleiding heeft gevolgd. Een mentor krijgt voor mentoringstaken
vrijstelling van lesopdracht. Hij moet een actieve leraar blijven.
Studiepunten: een
studiepunt hangt heel nauw samen met 'studietijd'. Dat is de tijd die een
gemiddelde student nodig heeft om te kunnen slagen, colleges,
voorbereidingen en examens inbegrepen. Een studiepunt is gelijkgeschakeld
met 25 tot 30 uur studietijd. Hoe meer studiepunten een vak telt, hoe
zwaarder het doorweegt in de opleiding. Een opleiding tot onderwijzer
bijvoorbeeld bedraagt in totaal 180 studiepunten, verspreid over drie
jaar. Daarvan gaan minstens 45 studiepunten naar stage.
· Leraren lager secundair
onderwijs
Het
aantal vakken dat studenten kunnen kiezen, wordt beperkt tot twee. Op die
manier is er meer ruimte om de vakinhoudelijke vorming te verdiepen en de
opleiding te verbreden naar nieuwe uitdagingen van het lerarenberoep, zoals
aandacht voor zorg, gelijke kansen, ICT … De zelfstandige stage moet
minstens 45 studiepunten bedragen. Afgestudeerden kunnen hun beroep meteen zelfstandig
uitoefenen. Tijdens het eerste jaar dat ze lesgeven, hebben ze recht op
aanvangsbegeleiding.
Zelfstandige stage: dat is het praktijkgedeelte van elke
lerarenopleiding en bestaat bij voorkeur uit een volledige onderdompeling in
het lerarenberoep. Zo kunnen toekomstige leraren op zelfstandige basis
praktijkervaring opdoen. Enkel als studenten een zelfstandige stage van
minstens 45 studiepunten gevolgd hebben, krijgen ze rechtstreeks toegang tot
het lerarenberoep. Die stage kan in drie vormen georganiseerd worden:
-
pre-service als een
geïntegreerd deel van de opleiding
-
pre-service als een
apart georganiseerd stuk van de lerarenopleiding van ten minste 30
studiepunten
-
in-service als een
ingroeibaan van minstens 70 % van een volledige opdracht
· Leraren hoger secundair
onderwijs
Er
zijn twee opleidingsmogelijkheden:
-
een ingebouwde lerarenopleiding in een masteropleiding van
120 studiepunten
- een afzonderlijk aangeboden opleiding aansluitend op een vakopleiding aan
een hogeschool of universiteit
Toekomstige leraren volgen ofwel een gewone pre-service stage van 30
studiepunten of ze kiezen voor een in-service ingroeibaan. In een
ingroeibaan geven beginnende leraren gedurende een jaar tijdens minstens 70
% van hun (voltijdse) opdracht les, tijdens een derde krijgen ze opleiding
en begeleiding. Dat heeft als voordeel dat een beginnende leraar in het
onderwijsbad wordt gegooid, maar onder begeleiding, zodat de 'praktijkschok'
veel minder groot is. Op het einde van hun ingroeitraject leggen ze een
assessment af. Als die positief is, krijgen ze hun diploma.
Ingroeibaan: als de
zelfstandige stage in een lerarenopleiding minder dan 45 studiepunten
bedraagt, kunnen beginnende leraren niet onmiddellijk zelfstandig het
beroep leraar uitoefenen. Ze stappen in een ingroeibaan: ze krijgen
begeleiding van een mentor in de school en van hun opleidingsinstituut. 'Ingroeiers'
geven minstens 70 % van hun opdracht les. De rest van de tijd wordt
ingevuld door begeleiding door de mentor, zelfstandige reflectie en
studie, en terugkeermomenten naar het opleidingsinstituut. 'Ingroeiers'
krijgen tweederde van het loon dat een tijdelijke leraar in die uren zou
verdienen (dit wil zeggen tweederde van 70 %). Ze bouwen geen anciënniteit
op.
· Leraren secundair
onderwijs praktische en technische vakken
Leraren praktische en technische vakken verwerven hun beroepsbekwaamheid als
leraar via een deeltijds traject aan een Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO).
Gezien hun beperkte stage van minstens 15 studiepunten starten ze ook met
een ingroeibaan.
· Zij-instromers
Zij-instromers kunnen in een gewone voltijdse of deeltijdse lerarenopleiding
stappen. Het is de bedoeling hun elders verworven kwalificaties en eerder
verworven competenties zo snel mogelijk te valideren, zodat ze via een
relatief kort traject leraar kunnen worden. Daarnaast kunnen ze ook een
opleiding volgen in een CVO. Iedereen met een werkervaring buiten het
onderwijs van minstens tien jaar, kan via de GPB-opleiding leraar worden.
Pas afgestudeerden van het hoger onderwijs kunnen dat niet meer. Ook
zij-instromers starten als leraar in een ingroeibaan.
De hervorming van de lerarenopleiding werd losgekoppeld van de
BaMa-hervorming in het hoger onderwijs. Het moet dus in een apart decreet
geregeld worden. Dat bereidde het parlement tijdens de vorige legislatuur
voor. Daarom kunnen er nu op vrij korte termijn enkele knopen doorgehakt
worden. De 'Conceptnota lerarenopleiding' dient als basis voor discussie en
overleg met alle betrokkenen. In januari 2005 komt er een ontwerp van
decreet op tafel, om in de loop van 2005 een decreet op de lerarenopleiding
goed te keuren. De vernieuwde lerarenopleiding kan op 1 september 2006 van
start gaan, weliswaar met enkele overgangsmaatregelen. Zo hebben de
opleidingsinstituten één jaar de tijd om zich aan te passen.
Download de volledige discussienota over de hervorming van de
lerarenopleiding (pdf, 152 Kb, 20 p.)
http://www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs/leraar/conceptnota%20lerarenopleiding.pdf
Publicatiedatum: 2004-12-16
|