|
|
Leerplicht betekent dat ouders de plicht
hebben hun kind te laten leren. De meest gebruikelijke manier om daaraan te
voldoen is een kind inschrijven in een school (thuisonderwijs is ook
mogelijk). Een kind wordt leerplichtig in het kalenderjaar dat het zes jaar
wordt. In de praktijk moeten leerlingen dus naar school vanaf het
eerste leerjaar. Een kind van vijf dat in het eerste leerjaar zit, is
leerplichtig, net als een kind dat de derde kleuterklas 'dubbelt'. Op 1
september 2004 start de leerplicht voor kinderen die geboren zijn in 1998.
Er zijn voorstellen om de leerplicht te verlagen naar vijf jaar, maar
voorlopig werd de leerplichtwet nog niet aangepast. De leerplicht eindigt
als een leerling 18 jaar wordt of op 30 juni van het kalenderjaar waarin de
leerling 18 wordt.
Ouders mogen hun leerplichtig kind niet meenemen op reis buiten de schoolvakanties. De data van de schoolvakanties worden trouwens ruim op voorhand bekendgemaakt. Ouders kunnen die regel ook niet omzeilen door zelf les te geven tijdens hun vakantie. Niemand kan een afwijking op deze regel toestaan, ook de minister van onderwijs niet. Als ouders dit toch doen, is hun kind 'problematisch' afwezig.
Als een kind
niet naar school kan gaan, is dat meestal omdat het ziek is. In het
basisonderwijs moeten ouders enkele regels volgen:
Er kunnen wel eens 'bijzondere omstandigheden' zijn waarom een leerling toch niet naar school kan komen. Voorbeelden hiervan zijn: een begrafenis van een familielid, voor een rechtbank verschijnen, wettelijk erkende feestdagen vieren … De ouders moeten dan een schriftelijke verantwoording indienen bij de directie. In het schoolreglement staat een overzicht van de toegelaten afwezigheden.
Heel
uitzonderlijk wordt een leerling geschorst of van school gestuurd. De
directie moet dan in opvang voorzien tot de schorsing voorbij is of tot de
leerling is ingeschreven in een andere school. U mag een kind ook nooit als
straf naar huis sturen. De leerplichtwet is bedoeld om leerlingen alle kansen te geven. Voor een succesvolle schoolloopbaan moeten directies, leraren, ouders en leerlingen samenwerken. Vanaf meer dan tien halve dagen 'problematische' afwezigheid moet de school een schriftelijk begeleidingsdossier aanleggen en de afwezigheid melden aan het CLB. Dat betekent niet dat de school geen aandacht moet hebben voor élke problematische afwezigheid, ook als het slechts om een halve dag gaat. Scholen kunnen daar op verschillende manieren rond werken: afspraken in verband met afwezigheden opnemen in het schoolreglement, contact opnemen met de ouders (telefonisch, via de schoolagenda, door huisbezoek, contact met het CLB ...). Directie en leraren moeten problematische afwezigheden systematisch opvolgen. Als ouders hun kinderen herhaaldelijk niet naar school sturen, kunnen ze via de politierechtbank een geld- of gevangenisstraf opgelegd krijgen.
Publicatiedatum: 2004-06-23 |